Loading Content . . .

Over koempels en kameraden ©Thijs Lenssen vrijdag 25 april 2014 dagblad de limburger

Je hebt ze onder Bandidos en onder andere motorclubs, onder trouwe voetbalsupporters ook. Ze fietsen samen de Mont Ventoux op, spelen jeu de boules of vormen een old boys network: mannen die, als het moet, voor elkaar door het vuur gaan. Koempels, het grote schilderij van Birgitt Derks in het Aad Roadhoes in Beesel, zou er symbool voor kunnen staan. Bij de titel denk je aan mijnwerkers, maar de drie personages zien er totaal anders uit. De fors besnorde man rechts lijkt op een cowboy uit een spaghettiwestern. De man links heeft een koptelefoon om zijn nek. Ze staan voor kameraden in de algemene zin. In het – tijdloze – gele vlak, dat zorgt voor een merkwaardig contrast zorgt, zijn alle varianten in te vullen.

Ook de meeste andere afbeeldingen tonen mannen met een sterk solidariteitsgevoel, vooral in extreme omstandigheden – zoals in de mijnen. Soldaten komen met een boot aan land en gaan dapper voorwaarts in het donker. Raadselachtiger is het tafereel van een groep mannen, van wie er een een hertengewei draagt. Ze poseren rond een foto-inzetje. Derks schildert als een tekenaar en tekent als een schilder. De personages zijn opgebouwd uit dunne en dikkere lijnen en vaak fragmentarisch weergegeven. Hun lichamen zijn bijna nooit helemaal ingekleurd en soms gaan ze half op in de achtergrond. De verf kan uitlopers vormen. Hier en daar zijn er regels bij geschreven: de geschiedenis (muziek, literatuur, film?) is een rijke inspiratiebron.

Het werk heeft een romantische inslag zonder gekunsteld over te komen. de karakters zijn treffend uitgebeeld. De soldaten rennen in een nu of nooit-scene, terwijl zes dandy’s ook echt uitstralen dat ze ‘weten wat liefde is’, zoals er in het Frans bij staat. Niet alle mannen zijn stoer of zelfverzekerd. Drie ‘padvinders’ met een aapje wachten, volgens de tekst op een blaadje papier van de eerste, op dichters en zieners. Slechts in een tafereel komt een vrouw voor, maar ook daarin draait het om een man: Willem. Vrijwel alle werken dateren van de laatste drie jaar. Een landschap lijkt een nieuwe richting aan te geven. Naast schilderijen hangt er een compilatie van portretjes, studies, van de hoofden van kunstenaars als Man Ray en Jackson Pollock en de schrijver Kafka. Ze worden aangestaard door een van de rijdende mensbeelden van keramist Stan Linssen (hier eerder al eens besproken). Daaronder drie nieuwe werken. In de kleine expositieruimte zijn ze doordacht opgesteld.

 

Ontmoeting  © Birgitt Derks / Catharien Romijn 2005

Geboeid door de schoonheid van het industriële landschap langs de snelweg A2 komt zij begin 2004 met het intrigerende verzoek om DSM het onderwerp van haar kunstproject ‘Ontmoeting’ te maken. Vooral de site in Geleen fascineert haar in hoge mate. De open fabrieken, midden in het landschap, de oneindig  lange constructies van buizen verbonden met de ovens geven haar een onwerkelijk surrealistisch gevoel. De statische vormen, de vreemde lichtinval en de haast overdreven donker en licht partijen herinneren haar aan de landschappen van de Italiaanse schilder Giorgio de Chirico. Ze is benieuwd naar de infrastructuur van het DSM terrein. Nieuwsgierig naar de ruimtes waarin de werknemers werken, naar de meetkamers, laboratoria, de koffieruimtes en vooral naar de relatie tussen mens en machine. Dat oneindig aanbod van situaties en scenes is het onderwerp van haar tekeningen speciaal gemaakt voor DSM. Een serie van 22 werken, tekeningen waarin de bedrijvigheid in de fabrieken van DSM, de omgeving, het produktieproces, de machines en de werknemers het tekenproces hebben gestuurd. In ‘Ontmoeting’ is DSM niet al een drager maar ook onderdeel van het kunstproject geworden. Bij de tekeningen verschijnt een gelijknamige catalogus zodat het project blijft bestaan in de vorm van een boekwerk.

In de tekening 27 01 04  toont Birgitt Derks ons een man. Hij opent een klep. Een klep naar de aarde. Onder deze klep bevinden zich allerlei beelden. Beelden die Birgitt Derks opdeed tijdens haar bezoeken aan gebouwen, laboratoria, werkplaatsen en archief van DSM. Beelden die zij vervolgens in haar werken vermengt met andere beelden en plaatst in een andere ruimte. Een nieuwe werkelijkheid ontstaat. Een werkelijkheid die voor de beschouwer vragen oproept. 15 12 04 laat vier mannen in pak zien tegen een zwarte achtergrond. De mannen zijn weg uit hun eigen omgeving. Geen bureau maar een ziekenhuisbed staat afgebeeld. Wie zijn deze heren en wat is hun rol binnen het bedrijf, lijkt Birgitt Derks zich af te svragen. Andere DSM’ers geeft zij in haar portretten juist een concreet gezicht. Met de werken Kretzers en Twsett haalt Derks een stukje DSM geschiedenis uit het archief. Ook de tekening Raintainer ontstond naar aanleiding van historisch materiaal. In een DSM Magazine uit de jaren ’70 prijst een vrouwlijk model een nieuw produkt aan. Het produkt is op de tekening verdwenen. De mens staat voor Derks centraal. Is het een aanklacht tegen de onpersoonlijke maatschappij, waarin iedereen inwisselbaar is? De tekeningen van Birgitt Derks stralen rust uit. Een rust die haaks staat op het snelle imago van DSM, dat in een voortdurend veranderende maatschappij moet anticiperen op nieuwe ontwikkelingen.

Sjerfkes  © Thijs Lenssen 2003

Birgitt Derks (Reuver, 1975) volgde de Academie voor Beeldende Kunst in ’s-Hertogenbosch (richting tekenen, schilderen en grafiek) en de Jan van Eyck Academie in Maastricht (richting Fine Arts). Ze woont in Reuver waar ze een atelier heeft in het Kunstcentrum Willem Limburg. Ze exposeert in galeries en musea en bracht tot nu toe twee publicaties uit: de catalogus ‘Ergens in acht uur’ (1999) en de videocompilatie ‘De 7 cilinders’ (1999). Ook is ze verbonden aan het in 2002 opgerichte collectief ‘4Vibes’ (www.4vibes.nl).

‘Ergens in acht uur’ luidt de titel van een catalogus die beeldend kunstenaar Birgitt Derks in 1999 uitbracht. Die titel is bijna exemplarisch voor de drijfveer van de kunstenares: de werkelijkheid in al haar verschijningsvormen. In zes hoofdstukken zijn foto’s en tekeningen samengevoegd van zeer uiteenlopende onderwerpen: beroemdheden (onder anderen Frans Kafka, Pierre Bonnard, Clint Eastwood), vogels, de zeewereld, een hond, een Lamborghini, motoronderdelen van de Ford Taunus, mensen achter hun machines, en andere fragmenten uit het dagelijks leven. In het zevende (titel)hoofdstuk staan alleen tekeningen, die zich bewegen tussen abstract en figuratief. Verleden en heden lopen in het verhaal door elkaar. De catalogus verbeeldt de gelijktijdigheid van het ongelijktijdige in optima forma, nog versterkt doordat alles in dezelfde zwart-wit kleur is uitgevoerd.

‘Ergens in acht uur’ – die titel lijkt ook te zinspelen op de menselijke arbeid, die in het industriële tijdperk immers vorm krijgt in de achturige werkdag. Birgitt Derks richt haar aandacht met name op het mechanisch handelen van de mens. Een aspect daarvan is de onmiskenbare invloed van de techniek op het arbeidsritme: “Het is nog steeds de realiteit dat machines bij werk aan de lopende band hun eigen onverstoorbare regelmaat opleggen aan de arbeiders. Het beeld van de mens als verlengstuk van de machine doemt dan al gauw op.” Hoe anders is de ideale positie van de kunstenaar, die daar als vrijgestelde op kan reflecteren. In het project ‘De 7 cilinders’, eveneens in 1999, maakte Birgitt Derks de relatie mens-machine daadwerkelijk zichtbaar. Ditmaal niet op het tweedimensionale vlak. Ze bracht haar hartslag over op de computer, die vervolgens zeven cilinders pneumatisch in beweging zette. Zo ontstond een ‘levend’ apparaat van bewegende staven, met slangen als ‘bloedvaten’.

De opgravingen in het kader van ‘Sjerfkes’ fascineerden de kunstenares in gelijke mate. Niet alleen vanwege het onderwerp: het pottenbakkersverleden, dat bij uitstek aanleiding kan zijn om mechanische handelingen (die vroeger ‘ergens in acht uur’ verricht werden) te onderzoeken. “Ik was ook nieuwsgierig naar de handelingen die archeologen nu moeten verrichten om dat verleden bloot te leggen, door scherven uit de grond te halen.” Ze assisteerde tijdens een van de opgravingen. “Dat leek me bovendien de beste manier om te proberen een relatie te leggen tussen de emoties, de continue handelingen van arbeiders toen en mijzelf nu als waarnemer.” Om haar inspiratie nog verder te verrijken verdiepte ze zich in verhalen van deze arbeiders. Veel van die verhalen kende ze uit haar eigen familie. Haar grootvader was stoker van een ringoven, een ander familielid was pottenbakker.

De tekeningen die de kunstenares voor ‘Sjerfkes’ produceerde vormen de neerslag van haar onderzoek. De kunstwerken ontstonden niet los van elkaar. “Het tekenen is voor mij eveneens een continue en vanzelfsprekende handeling. De ene tekening komt uit de andere voort. Daarbij heb ik een voorkeur voor kleine intieme werken, en voor zwart-wit schakeringen, met een enkele keer een minieme kleur.” Als materiaal gebruikte ze houtskool en gouache op simili japon en hardboard. Beeldmateriaal lag aan de tekeningen ten grondslag: technische handboeken van machines en zwart-wit foto’s. Zo stuitte ze in een geschiedenisboek op een foto van Strating, de vroegere directeur van een steenfabriek in Nieuwe Pekela. Ze besloot zijn hoofd en gelaatsuitdrukking voor één van haar tekeningen te gebruiken.
De tentoongestelde werken tonen opnieuw de mens in zijn mechanisch handelen. Menselijke gestaltes en hoofden zijn verweven met, of zelfs vervormd door apparaten en technische onderdelen die tijdens het productieproces gebruikt worden. Mens en techniek horen onlosmakelijk bij elkaar, dat is één mogelijke gedachte die de tekeningen oproepen. Maar vooral de (ver)vreemde(nde) blik in de ogen, zoals die op enkele portretten te zien is, kan aanleiding zijn voor deze –  meer verontrustende – gedachte: dat er voortdurend een risico bestaat dat de technologische ontwikkeling de mens gaat beheersen.

Ergens in acht uur / during eight hours  © Birgitt Derks 1999